Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een groot deel van de zorg- en ondersteuningsinkoop in Nederland. In 2024 gaven ze in totaal 80,9 miljard euro uit, waarvan alleen al 6 miljard aan Wmo-maatwerkvoorzieningen en ruim 7 miljard aan jeugdzorg. Wmo aanbestedingen, jeugdzorgcontracten en andere projecten in het sociaal domein vormen daarmee een van de grootste publieke inkoopmarkten van het land. Voor zorgaanbieders is kennis van dit inkoopproces geen bijzaak. Het is de basis van hun commerciële strategie.

Wat zijn Wmo aanbestedingen?

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verplicht gemeenten om ondersteuning te organiseren voor mensen die dat nodig hebben: van huishoudelijke hulp en begeleiding tot beschermd wonen en dagbesteding. Wmo aanbestedingen zijn de contracten die gemeenten afsluiten met zorgaanbieders om deze ondersteuning in te kopen. Met 556.000 cliënten alleen al voor huishoudelijke hulp is het het grootste volume binnen het sociaal domein.

Naast de Wmo omvat het sociaal domein ook de aanbesteding jeugdzorg (473.000 jongeren ontvingen in 2024 jeugdhulp), re-integratiediensten via de Participatiewet, beschut werk (600 miljoen euro extra budget voor 2025 tot 2034), schuldhulpverlening en inburgering. Samen vormen deze aanbestedingen in het sociaal domein een complex en continu veranderend inkooplandschap, verdeeld over 342 gemeenten en 42 jeugdzorgregio’s.

Wat kopen gemeenten precies in via het sociaal domein?

Binnen de Wmo gaat het om huishoudelijke hulp (het grootste volume), individuele en groepsbegeleiding, dagbesteding, beschermd wonen en maatschappelijke opvang via centrumgemeenten, vrouwenopvang, hulpmiddelen, woningaanpassingen en Wmo-vervoer. Als voorbeeld: de gemeente Amsterdam besteedde recent 22,2 miljoen euro aan voor 6 jaar aan hulpmiddelen, goed voor zo’n 500 trapliften per jaar.

Binnen de Jeugdwet gaat het om ambulante en specialistische jeugdhulp, jeugd-GGZ, pleegzorg, gezinshuizen en gesloten jeugdzorg (met als landelijk doel: nul plaatsingen in 2030). Jeugdbescherming en jeugdreclassering lopen via gecertificeerde instellingen. Hoogspecialistische zorg wordt via het VNG Landelijk Raamcontract ingekocht.

Daarnaast kopen gemeenten re-integratie, beschut werk, schuldhulpverlening, inburgering (Wet Inburgering 2022) en welzijns- en sociaal werk in. De overlap tussen deze domeinen is groot, wat het voor aanbieders extra belangrijk maakt om de lokale context te begrijpen.

sociaal domein
Photo by National Cancer Institute on Unsplash

Hoe kopen gemeenten zorg in?

Gemeenten hebben vier hoofdkeuzes voor de inkoop van zorg: inbesteden (zelf doen), subsidie verlenen, een overheidsopdracht aanbesteden of werken met een Open House-constructie. Belangrijk: er is geen algemene aanbestedingsplicht voor zorg. Subsidie mag ook, zo bevestigde de minister van VWS in april 2024. Steeds meer gemeenten kiezen daar ook voor, mede doordat de verplichte EMVI-weging per 1 juli 2024 is geschrapt uit de Jeugdwet en de Wmo.

Bij een aanbesteding Wmo is de SAS-procedure (Sociale en Andere Specifieke Diensten) de standaard. Het is een verlicht regime met een drempel van 750.000 euro, specifiek bedoeld voor zorgdiensten. Daarnaast is het Zeeuws model (Open House) populair: iedere aanbieder die aan de voorwaarden voldoet krijgt een contract. Ongeveer 56% van de Wmo-inkoop verloopt nog via bestuurlijk aanbesteden, een dialooggerichte procedure met convenanten en overlegtafels, al neemt dit aandeel af.

De manier van bekostigen verschilt ook sterk. Circa 84% van de gemeenten werkt inspanningsgericht (betaling per uur of product). Maar resultaatgerichte bekostiging en populatiebekostiging winnen terrein, zeker bij beschermd wonen en wijkgerichte zorg. Welk model een gemeente kiest, bepaalt sterk welk type aanbieder kansrijk is.

Wat speelt er nu in het sociaal domein?

De Hervormingsagenda Jeugd domineert het debat. Het Rijk stuurt aan op een structurele besparing van 511 miljoen euro per jaar vanaf 2027. Tegelijk voegde de Voorjaarsnota 2025 eenmalig 728 miljoen euro toe voor de tekorten in 2023 en 2024, plus 424 miljoen euro structureel vanaf 2026. Per 1 januari 2028 wordt een eigen bijdrage voor jeugdzorg ingevoerd die 260 miljoen euro moet opleveren, al zijn VNG en de sector daar fel op tegen.

Administratieve lastenverlichting is een tweede grote trend. Het Ketenbureau i-Sociaal Domein werkt aan standaardisering via het WUIVER-model: een uniforme werkwijze voor inkoop, verantwoording en registratie. De oplevering van een uniforme productstructuur staat gepland voor oktober 2025, met verdere uitwerking in 2026. Voor aanbieders die nu in tientallen gemeenten met elk hun eigen productcodes werken, kan dit een doorbraak zijn.

Een verschuiving van aanbesteden naar subsidie is ook zichtbaar. Sinds het schrappen van het EMVI-criterium kiezen gemeenten vaker voor subsidierelaties, vooral bij welzijn en sociaal werk. Sociaal Werk Nederland pleit hier actief voor.
Tot slot zijn er financiële risico’s in de sector. Mare Bijzondere Zorg in Den Bosch ging in februari 2026 failliet nadat 10 gemeenten hun betalingen hadden stopgezet. Eerder kampte Jarabee in Twente met liquiditeitsproblemen. De Jeugdautoriteit gebruikt een tredesysteem van 1 (gezond) tot 6 (failliet) om de financiële gezondheid van aanbieders te monitoren. Dit maakt continuïteit een steeds belangrijker thema bij de inkoop.

Waarom is het lastig om mee te doen aan Wmo aanbestedingen?

De versnippering is het grootste obstakel. Elke gemeente of regio hanteert eigen productcodes, administratiesystemen en tarieven. Eén aanbieder kan makkelijk 20 of meer verschillende contracten hebben met net zoveel varianten in de verantwoording. Dat kost tijd, geld en energie die niet naar de zorg zelf gaat.

Daarnaast staan tarieven onder druk. De kostprijs van een uur huishoudelijke hulp ligt volgens ActiZ en PwC op circa 21,54 euro, terwijl het gemiddeld betaalde tarief rond de 19,14 euro per uur ligt. Het Besluit reële prijs, dat per 1 juli 2024 ook voor Open House-constructies geldt, moet hier verbetering in brengen, maar de praktijk loopt achter.

Certificeringseisen (ISO 9001, HKZ, PREZO, SKJ-registratie) en hoge administratieve lasten vormen een extra drempel voor kleinere aanbieders. Toch is er ook goed nieuws: gemeenten zoeken steeds vaker naar lokale en gespecialiseerde partijen die dicht bij de cliënt staan.

Photo by MW on Unsplash

Zo pak je je voorsprong bij aanbestedingen in het sociaal domein

Aanbestedingen in het sociaal domein zijn politiek gestuurd. Partijprogramma’s, coalitieakkoorden en beleidsnotities bepalen welke zorgvormen gemeenten inkopen en bij welke aanbieders. Wie die signalen vroeg leest, begrijpt de inkoopstrategie van een gemeente al lang voor de formele uitvraag.

Gemeentelijke beleidskaders en inkoopstrategieën zijn vaak 6 tot 12 maanden vóór publicatie van de tender al openbaar. Regiovisies van de 42 jeugdzorgregio’s worden vanaf medio 2025 verplicht. Marktconsultaties nemen toe: de Achterhoek hield er een in december 2024, Regio Amersfoort liep van december 2024 tot maart 2025. Wie deelneemt aan deze consultatierondes en actief relaties opbouwt met contractmanagers via thematafels (inkoop, toegang, kwaliteit), positioneert zich als kennispartner in plaats van alleen als leverancier.

Nieuwe kansen signaleren met PRYSM

PRYSM monitort gemeentelijke raadsnotulen, beleidskaders, coalitieakkoorden en begrotingen voor verschillende domeinen. Zo detecteert het platform wanneer gemeenten hun zorgcontracten heroverwegen, nieuwe doelgroepen willen bedienen of hun inkoopstrategie bijsturen. Ruim voordat een Wmo aanbesteding of aanbesteding jeugdzorg formeel wordt gepubliceerd.

Voor zorgaanbieders, gespecialiseerde dienstverleners en adviesbureaus in het sociaal domein betekent dit: je weet welke gemeenten wanneer in de markt gaan, wat hun prioriteiten zijn en hoe je proactief het gesprek kunt aangaan. Niet wachten tot de tender verschijnt, maar meedenken vanaf het moment dat het beleid wordt gevormd.

 

Vraag een demo aan: